Teksten te gebruiken bij een doopsel

Uit het evangelie volgens Markus (10,13-16)
Eens brachten de mensen hun kinderen bij Jezus
met de bedoeling, dat hij ze aan zou raken.
Maar de leerlingen stuurden ze terug.
Toen Jezus dat zag, zei hij verontwaardigd:
Laat die kinderen toch bij mij komen en houdt ze niet tegen.
Want het rijk van God behoort aan hen
die zijn zoals deze kinderen.
Voorwaar, ik zeg U: Wie het rijk van God niet aanneemt
als een kind, zal er zeker niet binnengaan.
Toen omhelsde Hij ze en zegende hen,
en hij legde hun de handen op.

Gedicht voor een kind
Je bent gedragen om verlost te worden;
de streng die je bond aan het lichaam van je moeder
moest verbroken worden om je te laten leven.
Dit mogen wij nooit vergeten:
je bent geen bezit, wij hebben jóu niet;
jij hebt óns, om je te leiden te beschermen,
te bewaren voor angst, om je te zeggen
dat je niet bang hoeft te zijn als het onweert
en met je te zingen in de nacht.
We zijn toeschouwers aan de rand van je leven;
we mogen je gadeslaan terwijl je speelt
en naar je lachen terwijl je opgaat in wat je ziet en doet.
We zien je langzaam worden wat je bent.
We houden de weg open naar je geluk
en trachten te verhinderen dat je wordt wat je niet zijn kunt.
Je hebt veel te vragen:
als je naar God vraagt, vertellen we je van Jezus,
als je naar de dood vraagt, vertellen we van het leven.
Vraag je waar je vandaan komt,
dan zullen wij zeggen: uit de wereld der liefde.
Al wat wij voor je doen is voorlopig:
je moet ons niet worden, je moet jezelf worden,
je moet worden waarheen je wijst: je eigen wonder.

Een wonder
Een wonder
dat er leven is,
ergens in de kosmos
een planeet
glanzend ademend,
ergens in de ruimte
zomaar bomen en planten,
vogels en vissen.

Maar in dit kind -
wonder boven wonder,
leven
dat zich bewust wordt
van zichzelf,
leven
dat een naam heeft,
dat 'ik' zal zeggen,
leven
dat lief zal hebben,
toppunt van leven.

Van Kahlil Gibran:
En een vrouw, die een kindje aan haar boezem drukte, zeide: Spreek tot ons over kinderen. En hij zeide: Uw kinderen zijn uw kinderen niet. Zij zijn de zonen en dochteren van 's levens hunkering naar zichzelf. Zij komen door u, maar zijn niet van u. En hoewel ze bij u zijn, behoren ze u niet toe.
Gij moogt hun geven van uw liefde, maar niet van uw gedachten, Want zij hebben hun eigen gedachten. Gij moogt hun lichamen huisvesten, maar niet hun zielen, Want hun zielen toeven in het huis van morgen, dat gij niet bezoeken kunt, zelfs niet in uw dromen. Gij moogt proberen hun gelijk te worden, maar tracht hen niet aan u gelijk te maken. Want het leven gaat niet terug, noch blijft het dralen bij gisteren. Gij zijt de bogen, waarmee uw kinderen als levende pijlen worden weggeschoten. De Boogschutter ziet het doel op de weg van het oneindige en Hij buigt u met Zijn kracht, opdat Zijn pijlen snel en ver zullen vliegen.
Laat het gebogen worden door de hand van de Boogschutter een vreugde voor u zijn: Want zoals Hij de vliegende pijl liefheeft, zo mint Hij ook de boog die standvastig is.

Iets uit de hemel
Je hebt iets uit de hemel meegenomen
je hebt iets van een engel meegebracht
we zien het als je rustig ligt te slapen
daar in je wiegje midden in de nacht

We hopen dat wanneer je zult gaan groeien
dat stukje hemel in je blijft bestaan
en dat dat beetje paradijs van boven
je hele leven met je mee zal gaan.