Het is zaterdag 8 Maart en het zonnetje staat al hoog en daar is niet ‘n wolk aan de hemel te zien, maar toch hebben wij gisternamiddag 8 mm regen gekregen met ‘n goede donderbui. Dat was weer hard nodig want dit leek, dat het overal wel afentoe regende behalve in Mariental.
In de <Nuusbrokkies van Februarie> heb ik al geschreven gehad, dat ik naar Swakopmund zou gaan rijden om de < As > van overleden Toos van Helvoort te gaan uitstrooien in de zee bij het Strandhotel, waar zij 30 jaar geleden begonnen is met haar werk in Namibia. Samen met enkele mensen uit Nederland hebben we met 20 personen deelgenomen aan die plechtigheid op zondag namiddag 2 Maart. Dit was ’n mooie, eenvoudige plechtigheid met mij als voorganger met mijn paarse stola. We hebben de meeste gebeden van de gewone begrafenis gebruikt. De Ereconsul van Namibia naar Nederland, die ook de hele samekomst en de overbrenging van de as mogelijk gemaakt heeft, heeft de geschiedenis verteld van Toos. Ook drie andere personen van Ovamboland, waar zij gewerkt heeft, hebben hun gevoelens met ons gedeeld. Daarna hebben we de urn met as gezegend en zijn te voet, 15 minuten stappen, langs de zee naar het Strandhotel gestapt en daar zijn de schoenen uitgetrokken en de meeste zijn dan in de zee gestapt en hebben daar de as in de aankomende golven uitgestrooid. Daarmee hebben we de <laatste wil > van Toos van Helvoort vervuld.
Zuster Bonifatia en ik zijn op zondagmorgen eerst bij de misviering in Swakopmund geweest en ik heb in mijn Engelse taal de mis gehouden en verteld over Toos, die ook in Swakopmund in het ziekenhuis gewerkt heeft. Daarna zijn we voormiddag nog maar gauw naar Walvisbaai gereden, waar ik 57 jaren geleden met de boot in Namibia aangekomen ben. Toen was dit nog: Suid-Wes-Afrika.

Jullie weten zeker al niet meer, dat de missieprokuurleden mij 7 grote boksen met aalmoeskleren mee gegeven hebben op de boot, die ik dan op verschillende zendings zou moeten afgeven. Maar mijn schipspapieren < Bill of ladings > waren naar Rotterdam terug gestuurd, omdat zij mijn naam niet kenden in Walvisbaai. Toen zijn Broeder Fidelis en ik met de grote lege vrachtwagen uit Walvisbaai terug gereden naar Rehoboth met mijn tas en handkoffer.
Twee maanden later zijn de kisten naar Rehoboth gebracht en een kist, waar ook persoonlijke spullen bij waren, is dan naar Heirachabis gestuurd, waar ik mijn werk begonnen ben met ‘n farm van 70.000 hectare groot. Ik was toen 27 jaar oud en toen al ‘n <grootgrondbezitter>. Nu ben ik bijna 84 jaar en ik heb geen zorgen meer over farms of hostels. Ik ben ‘n pensionaris die geen zorgen meer heeft, kan je maar zeggen. Ik kan hier en daar ‘n beetje helpen in de parochie en tot 26 Maart 2029 kan ik nog mijn auto besturen, als ik niet vantevoren dood omval.
De ambassade in Kaapstad heeft mij laten weten, dat zij mijn nieuwe paspoort naar Windhoek zullen gaan sturen. Ik heb toen zomaar aan alle drie Ambassades <Dankie> gezegd voor de goede samenwerking. Intussen was ik al twee keren voor andere gelegenheden naar Windhoek en zou ik mijn paspoort al bij die gelegenheden kon meegebracht hebben. Ik moet dan bij de Home Affairs van Namibia, ook nog ‘n stempel laten gaan inzetten, dat ik <Permanente verblijf> in Namibia heb. Ik heb dan geen terugkeervisums meer nodig, als ik over de grens op vakantie ga.
Misschien is het goed, dat ik hier vertel van de nieuwe regeling om Namibia te komen bezoeken: Elke land, dat van Namibia ‘n visum vraagt, zal nu ook ‘n visum bij Namibia moeten gaan aanvragen. Dit is blijkbaar vanaf April maand verpligtend. Daar zijn dan nog enkele vragen, die dan beantwoord moeten worden: Waar gaat u naartoe ? Heeft u ‘n huis van familie of hoteladres? Die familie zou u ‘n uitnodigingsbrief moeten sturen aan u, die u moet tonen. Hier die regulasies kan je verstaan bij Duitsers, die in de jagtijd in Namibia komen jagen. Zij moesten altijd al de jachtfarm se naam met ‘n uitnodigingsbrief kunnen laten zien, zodat zij ook hun jachtgeweer kunnen meenemen. Ik geloof, dat dat visum ND 1600.- kan kosten en dat dit bij aankomst bij de grenspost of vliegveld betaald kan worden. . . . 0ngeveer 80 Euro en dit was altijd voor niets, zoals wij in Europa overal kunnen rondrijden.
De tijd vliegt voorbij en jullie hebben carnaval gevierd met mooi zon, maar wel ‘n beetje koud. We hebben hier ons askruisje op ons kop gekregen. Emeritus bisschop heeft het mij gegeven en ik hem. Die 40 dagen zullen ook voorbijvliegen en dan zal het Paasfeest zijn. Jullie zien binnenkort overal de lente uitschieten en dat is de mooiste tijd, wanneer de vruchtenbomen en kersenbomen in volle bloei staan. Dat missen we hier natuurlijk.
In tussentijd zijn er weer enkele wolken komen opdagen. Hopelijk brengen ze weer ‘n paar mm regen. De grote plassen water zijn weer in de grond ingetrokken als in ‘n spons.
Dit was het maar weer voorlopig, Hartelijk gegroet en weer tot begin April maand.
<Alles van die beste>.
Pater Martin.